Wat is Jenaplan

In 1924 startte Peter Petersen, een hoogleraar uit het Duitse Jena een bescheiden experiment met een andere opzet van het onderwijs, waarbij kinderen van verschillende leeftijd bij elkaar in de klas, zaten. Toen hij later daarover vertelde op een internationaal pedagogisch congres bedachten enkele Amerikaanse deelnemers de naam Jenaplan voor dit nieuwe onderwijsconcept.
Hoewel in Nederland ook al geëxperimenteerd werd, ontdekte Suus Freudenthal in 1955 het Jenaplanconcept.

In 1968 werd de Stichting Jenaplan opgericht en inmiddels zijn er 200 jenaplanscholen voor basisonderwijs en 10 scholen voor voortgezet onderwijs.
Elke jenaplan school is anders en heeft een eigen visie. Wel zijn er 20 jenaplanprincipes die het uitgangspunt zijn voor die visie en werken alle Jenaplanscholen met stamgroepen.
 
Ook in andere basisscholen worden steeds meer elementen van Jenaplan en andere traditionele vernieuwingsscholen (Dalton, Freinet, e.d.) toegepast.
De kracht van het Jenaplan is voor ons dat kinderen de ruimte krijgen zichzelf te zijn, leren samen te leven, te werken en te spelen. Betrokkenheid is daarbij belangrijk. Betrokkenheid op het leren en de eigen ontwikkeling, betrokkenheid van ouders en leerkrachten en betrokkenheid naar elkaar toe.
In de praktijk betekent dit dat we zo goed mogelijk naar kinderen kijken, adaptief werken en telkens kritisch blijven kijken naar ons eigen onderwijs.
Het Jenaplanconcept mag dan in 1924 al ontwikkeld zijn, het blijft in beweging!